Nieuws

Gemeentelijke ondersteuning aan zelfstandigen: lokettenwoud of goede service?

Ex-zelfstandige bekijkt financiële post en aanvraagstukken

De confectie-industrie is betrokken bij heel wat maatschappelijke en economische problemen: milieuvervuiling, uitbuiting van arbeidskrachten, water- en energieverbruik, verspilling. En toch bestellen we onze kleding via diverse webshops of kopen ze in modewinkels.

Een ander probleem zijn de kleine zelfstandigen in deze branche die niet rond kunnen komen. Ze komen door de concurrentie van de grote modeconcerns en webshops in de problemen, en kunnen amper met hun kledingwinkeltje het hoofd boven water houden.

Dit verhaal gaat over zulke mensen: een echtpaar dat het met hun modezaak niet meer kon bolwerken. Zij moesten stoppen en bleven achter met schulden, maar zonder een fatsoenlijk maandelijks inkomen.

Hebben (ex)zelfstandigen wel recht op een bijstandsuitkering?

Een bijstandsuitkering staat ook open voor personen die (bijna) hun hele leven als zelfstandige hebben gewerkt en nooit premie hebben betaald voor bijvoorbeeld de WW. Sterker nog: zelfstandigen hebben een eigen inkomensvoorziening.

Aan de inkomenskant heeft de gemeentelijke overheid namelijk de verantwoordelijkheid voor vier verschillende uitkeringsregelingen; naast de Pw (bijstand) zijn dat de Ioaw, de Ioaz en de Bbz. Een (ex)zelfstandige kan op zo’n regeling een beroep doen. Al deze regelingen hebben een eigen doelgroep en eigen vereisten waaraan voldaan moet worden. Bij zelfstandigen moet je denken aan de Bbz en de Ioaz.

Hoewel al deze regelingen door de gemeentelijke overheid (één en dezelfde dus) uitgevoerd worden, is gaandeweg de gewoonte ontstaan om de opvolgende aanvragen van (ex)zelfstandigen niet in hun samenhang te behandelen. Dat betekende dat een aanvraag om bijstand na afwijzing van de Bbz-aanvraag als geheel nieuw, en zonder naar de al bekende feiten te kijken, werd afgehandeld. De burger moest dan allerlei eerder ingeleverde stukken opnieuw indienen. En ook de eerdere feiten uit de Bbz-aanvraag (zoals de melding) werden genegeerd.

In de nieuwe Participatiewet is nu expliciet opgenomen dat een melding voor één van deze regelingen ook geldt als de eerste melding om een bijstandsuitkering aan te vragen. In sommige situaties is het voor de burger immers moeilijk om vooraf al te weten op welke regeling hij recht heeft en welk aanvraagformulier hij dus moet invullen.

Aan welke voorwaarden moet je voldoen om tot de doelgroep zelfstandigen te behoren?

Voor de Bbz onderscheiden we vier afzonderlijke doelgroepen, waarvoor ook verschillende vormen van ondersteuning mogelijk zijn:

  • De oudere zelfstandige, geboren vóór 1960, die een aanvullend maandelijks inkomen kan ontvangen tot de pensioenleeftijd.
  • Werklozen in de bijstand die als zelfstandige aan de slag willen.
  • Gevestigde ondernemers met een levensvatbaar bedrijf die in tijdelijke financiële moeilijkheden verkeren.
  • Zelfstandigen die hun bedrijf willen beëindigen.

Als de beëindigende zelfstandige ouder is dan 55 jaar, dan kan er recht zijn op een Ioaz-uitkering.

Er zijn dus een heel aantal verschillende mogelijkheden voor (ex)zelfstandigen om inkomensondersteuning te krijgen. De intaker moet van de verschillende regelingen en voorwaarden goed op de hoogte zijn. En dat is vaak lastig.

Waarom gaat het zo vaak mis bij een aanvraag van een (ex)zelfstandige?

Met de invoering van de nieuwe bijstandswet in 1996 zijn alle artikelen met betrekking tot zelfstandigen uit de bijstandswet gehaald en ondergebracht in een apart besluit. Het idee was om daar ooit een nieuwe inkomenswet van te maken. Tegenwoordig leidt artikel 78f van de Participatiewet de zelfstandige die een uitkering aanvraagt naar de regeling Bbz.

Vóór 1996 was er onder inkomensconsulenten een zekere kennis als het ging om aanvragen van (ex)zelfstandigen. De artikelen die het recht van zelfstandigen regelden, maakten deel uit van de bijstandswet. Er was geen noodzaak om twee aparte aanvragen te doen of deze gescheiden te beoordelen.

Maar sinds het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen er is, worden de aanvragen van deze doelgroep als een eigen, apart specialisme ervaren en wordt de Bbz, ten onrechte, beschouwd als een voorliggende voorziening.

Hoe kan de overheid beter in de inkomenszekerheid voorzien?

De Participatiewet in balans streeft naar een omslag in het handelen en de houding van een inkomensconsulent als het gaat om de hulpvraag van de burger. De uitkeringsaanvraag vormt vaak het eerste contact en is voor een burger van de grootst mogelijke betekenis voor zijn inkomenszekerheid.

En de aanvraag van gewezen zelfstandigen? Ik ga even in op een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, die hier een mooi voorbeeld van is. Het betrof de aanvraag om bijstand van het echtpaar dat een modezaak had en daarmee was gestopt. Hun dochter fungeerde richting de gemeente als spreekbuis. Uiteindelijk heeft de Raad zelf de ingangsdatum van de bijstandsuitkering vastgesteld. De uitspraak is in april 2026 gedaan; dit alles heeft zich in 2021-2022 afgespeeld.

In deze zaak ging het ook over de onderlinge communicatie van de verschillende intakers die bij de aanvraag betrokken waren. In totaal zijn 4 medewerkers erbij betrokken geweest: de receptionist, de medewerker voor zelfstandigen en twee inkomensconsulenten. Het is pijnlijk om te zien dat medewerkers van verschillende afdelingen elkaar niet meer weten te vinden, waardoor het echtpaar steeds van het kastje naar de muur werd gestuurd.

Voor de medewerker zelfstandigen en de rechters van de Raad was het meteen duidelijk: een echtpaar dat gestopt is met hun kledingwinkel is geen zelfstandige meer in de zin van de Bbz. Dat het echtpaar zelf de wens had om toch door te gaan, betekent niet dat zij wél tot die doelgroep behoren.

Helaas kreeg het echtpaar enkele malen schriftelijk bericht van de behandelend inkomensconsulent dat er na het oriënterende gesprek geen vervolg aan hun aanvraag gegeven zou worden. Met andere woorden: er werd geen uitkering toegekend.

Kon de Ioaz uitkomst bieden?

Ook had het echtpaar geen recht op een Ioaz-uitkering, even aangenomen dat zij qua leeftijd (ouder dan 55 jaar) en dergelijke aan de doelgroepvereisten voldeden. Ze waren namelijk al gestopt met de kledingwinkel voordat ze een aanvraag deden. Vóór 2026 gold dat een oudere zelfstandige alleen recht op Ioaz had als hij bij zijn aanvraag het bedrijf nog niet beëindigd had; dat moest dan in de achttien maanden daarna.

Inmiddels (per 1 januari 2026) heeft een oudere zelfstandige ook recht op Ioaz als zijn bedrijf in de drie maanden vóór de aanvraag beëindigd is. Ook dit is een van de aanpassingen om de omgang met de burger menswaardiger te maken. Een zelfstandige heeft nu meer ruimte voor de afwikkeling van zijn zakelijke verplichtingen en kan zich daarna richten op zijn inkomensaanvraag (de financiële ondersteuning op grond van de Ioaz).

Ook bestaat nu de mogelijkheid om een uitkering met terugwerkende kracht te laten ingaan (tot maximaal drie maanden vóór de melding). Zo creëert de Participatiewet in balans betere garanties om de overgang van eigen inkomsten naar een uitkering soepeler te laten verlopen en de inkomenszekerheid van de burger te behouden.

Ik hoop dat de op handen zijnde invoering van de regionale werkcentra tot betere dienstverlening aan de groep (ex)zelfstandigen zal leiden, zodat personen zoals dit echtpaar niet meer van het kastje naar de muur gestuurd worden.

Pw: Participatiewet · Ioaw: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers · Ioaz: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen · Bbz: Besluit bijstandsverlening zelfstandigen.

Speelt dit ook in uw uitvoering?

Wij leiden op voor de zes rollen waar het in de gemeentelijke uitvoering op aankomt, individueel of incompany voor een heel team.